Sjabbat Acharé-Mot / Kedosjim, 25 april 2026/8 Ijar 5786
Wajikra/Leviticus 16:1 – 17:16 Tanach blz. 230.
Haftara: Amos 9:7 – 15; Tanach blz. 1176 – 1177.
Vertaler: Eddy Robles
Coördinatie: Channa Kistemaker
Commentaar:Rabbijn Charles P. Sherman is emeritus rabbijn van Temple Israel in Tulsa, Oklahoma.
Use the link to read the original text in English.
_________________________________________________
Jom Kipoer het hele jaar door
In het eerste deel van de sidra van deze week, Acharé-Mot/Kedosjim, vinden we de meest volledige beschrijving van Jom Kipoer in de Tora. (Wajikra/Leviticus 16:2-34). Maar heilige dagen, feestdagen en festivals ontwikkelen zich en evolueren naarmate het menselijk leven verandert. De Jom Kipoer die we in de eenentwintigste eeuw vieren, verschilt aanzienlijk van het ritueel en de ceremonie die in Wajikra 16 wordt beschreven. Een woord dat bijvoorbeeld prominent in dit hoofdstuk voorkomt, is een term waarmee de meeste hedendaagse Joden volkomen onbekend zijn, namelijk het woord ‘Azazel’.
Twee geiten werden voor de hogepriester gebracht, die loten wierp om te bepalen welke geit bestemd was ‘voor G-d’ en welke ‘voor Azazel’. De hogepriester legde zijn handen op de kop van de geit die bestemd was voor Azazel en beleed de zonden van de hele gemeenschap. Deze geit werd vervolgens naar een hoge, ruige klif in de woestijn geleid, vanwaar ze naar beneden werd geworpen als verzoening voor de zonden van Jisraëel.
Sommigen vertalen het woord ‘Azazel’ als ‘zondebok’. Maar het ten onrechte beschuldigen van een persoon, groep of ding als de oorzaak van het kwaad dat ons overkomt, is een relatief modern idee. Het was in Bijbelse tijden niet de manier van verzoening, net zomin als het dat in onze tijd zou moeten zijn. We kunnen onze tekortkomingen niet aan iets of iemand anders toeschrijven. De auteurs van Wajikra waren noch zo primitief, noch zo naïef dat ze deze geit verantwoordelijk hielden voor de zonden die ze droeg.
Ik ben overtuigd door Mordechai Kaplan dat ‘de betekenis van dat ritueel was dat je het kwaad moest uitroeien voordat je het goede kon doen’. De primaire bron van het kwaad moet altijd in jezelf worden gevonden. De noodzaak om bij onszelf te beginnen, om in onszelf te kijken en de oorzaak van het kwaad in ons midden te vinden, is niet veranderd. We hebben Azazel niet nodig in onze tijd, maar we hebben Jom Kipoer wel nodig. We moeten ook begrijpen dat de kracht en waarde van Jom Kipoer liggen bij hen die hem het hele jaar door in acht nemen. De praktijk van het beteren van ons leven door G-d te benaderen met berouw en de vastberadenheid om te verbeteren, mag niet beperkt blijven tot één speciale oordeelsdag. Een van onze rabbijnen zei: ‘Een mens wordt elke dag, elk uur, elk moment geoordeeld.’
Dit wil niet zeggen dat het in acht nemen van een speciale dag van berouw geen waarde heeft. De eerste opperrabbijn van Tel Aviv noemde Jom Kipoer een ‘Tempel in de tijd’, een treffende metafoor. Zoals professor Louis Jacobs uitlegt: ‘G-d kan evenmin in een dag als in een plaats worden gevat. Maar net zoals mensen waarde hechten aan het reserveren van speciale gebedsplaatsen voor de G-d die buiten de ruimte staat en de hele ruimte omvat, is er niets tegenstrijdigs aan het reserveren van een deel van de tijd voor de geconcentreerde aanbidding van de G-d die buiten de tijd staat en alle tijd omvat.’
Wij mensen worden beïnvloed en geïnspireerd door periodieke herinneringen aan de waarheden die we belijden. De oorspronkelijke Tempel, net als onze eigen tempels, werd gebouwd zodat G-d in de harten van ons volk zou wonen. Net als onze voorouders worden we geraakt door de indrukwekkende rituelen die in onze tempels plaatsvinden, zoals die op Jom Kipoer worden uitgevoerd. Maar G-d daalt niet, om het zo te zeggen, slechts één dag per jaar af naar de aarde. Als Jom Kipoer op de juiste manier wordt gevierd – zonder zondebokken aan te wijzen, maar met eerlijke zelfreflectie en de vastberadenheid om te veranderen – zal het ons het hele jaar door dichter bij G-d brengen. Mogen onze heilige plekken in onze tempels van tijd ons inspireren om elke dag van ons leven dichter bij G-d te komen.
