Sjabbat Balak, 12 juli 2025/16 tamoez 5785
Bemidbar/Numeri 23: 27 – 25: 9; Tanach blz. 319 – 321.
Haftara: Psalm 106: 1 – 48; Tanach blz. 1364 – 1367.
Vertaler: Thea Koster
Coördinatie: Harry Polak
Commentaar: rabbijn dr. Kerry M. Olitzky was o.a. directeur van Big Tent Judaism en verbonden aan de Hebrew Union College-Jewish Institute of Religion
Use the link to read the original text in English.
________________________________________________
Balaam versus Pinchas
Pinchas zag de relatie tussen een Israëliet en een Midianitische als een vloek, maar misschien had hij er, net als Balaam, een zegen van kunnen maken.
Sommige mensen doen dit Tora-gedeelte af als Bijbelse fantasie. In parashat Balak heeft Balaam een gesprek met een ezel. Een dergelijke dialoog lijkt geschikter voor een tekenfilm dan voor een serieuze religieuze tekst. Als gevolg hiervan negeren en zien velen ook de impliciete boodschap van het Tora-gedeelte over het hoofd.
En toch is Balaam niet uniek – we hebben er geen probleem mee dat mensen tegen ezels praten – of tegen welke soort dieren dan ook, vooral gedomesticeerde honden en katten die deel van onze familie zijn geworden. Dus waarom zijn we verrast als het dier ons antwoordt?
Misschien plaatst de Tora specifieke woorden in de mond van de ezel als interpretatie van wat er meegedeeld wordt. Het dier legt een verklaring af te midden van dit Toraverhaal, en het verhaal laat het niet aan ons over om te proberen vast te stellen wat die verklaring is. Vaak leren dieren ons diepgaande lessen – maar alleen als we bereid zijn naar hun ‘woorden’ te luisteren.
In deze aflevering van de zich ontwikkelende saga van het Joodse volk vraagt koning Balak aan Balaam om het Joodse volk te vervloeken – een ogenschijnlijk effectieve militaire strategie in de antieke wereld. Maar voordat hij dat kan doen, wordt Balaam ervan weerhouden. Hij komt tot inkeer en geeft in plaats daarvan, na het zien van de schoonheid van het oude Joodse volk en zijn traditie, hen een zegen.
De boodschap over het medium
De meesten zullen zeggen dat de ezel Balaam ervan overtuigde de bedoelde vervloekingswoorden om te zetten in lofprijzingen. Maar het is niet het medium dat Balaam overtuigt; het is de boodschap. Hoezeer we ook denken dat slimme marketing de sleutel is om het jodendom aantrekkelijk te maken voor degenen die ambivalent tegenover de gemeenschap staan, dit Tora-gedeelte suggereert iets anders.
De boodschap staat centraal, niet de boodschapper. God kan en zal op talloze manieren tot ons spreken en we moeten bereid zijn goddelijke woorden te accepteren, ongeacht hoe ze worden overgebracht. Dat punt is tegenwoordig net zo overtuigend als het ooit was. Hoezeer we het jodendom ook manipuleren om te laten doen en zeggen wat we willen, het moet in wezen in staat zijn mensen op eigen kracht te overtuigen van zijn vermogen om betekenis en richting te geven.
Een les uit het falen van Pinchas
Balak hoorde de woorden van God en werd ertoe bewogen het Joodse volk te prijzen en te beschermen. Een vijand veranderde in een vriend; iemand van buiten werd een deel van binnen de gemeenschap.
Maar later, in hetzelfde Tora-gedeelte, lijken de Israëlieten de les van Balaam niet te hebben geleerd – dat vrienden op de loer liggen onder het mom van ‘vijanden’, omdat we ze simpelweg zo hebben genoemd. De tekst vertelt het zo:
“Terwijl Mosjee en heel Jisraëel bij de ingang van de ontmoetingstent aan het weeklagen waren, bracht een van de Jisraëlitische mannen voor hun ogen toch nog een Midjanitische vrouw naar zijn tent. Toen Pinchas, de zoon van Elazar, de zoon van de priester Aharon, dat zag, stond hij op, greep een speer, volgde de Jisraëliet tot in zijn slaapvertrek en doorstak hem en de vrouw, dwars door hun onderbuik. Op hetzelfde moment werden de Jisraëlieten van de plaag verlost. Aan vierentwintigduizend mensen had de plaag het leven gekost.” (Numeri 25: 6 – 9).
Dit wordt als een rechtvaardige daad beschouwd, want Pinchas zou de heiligheid en zuiverheid van de oude Israëlieten beschermen. Hij vernietigde beide mensen en door de symboliek van zijn daad ook hun mogelijk toekomstig nageslacht. In de vele commentaren proberen de rabbijnen deze gebeurtenis zeker af te schilderen als een daad van gerechtvaardigd geweld. Maar niets kan de actie van Pinchas rechtvaardigen.
Misschien had Pinchas van Balaam moeten leren. Hij zag de relatie tussen een Israëlitische en een Midianitische vrouw als een vloek, maar hij had er een zegen van kunnen maken. De Tora heeft ons laten zien dat we zelfs lessen kunnen trekken uit pratende ezels; elke passage heeft een doel. We moeten het verhaal van Pinchas ook gebruiken om waardevolle inzichten te verkrijgen. Kies vanaf nu een zegen in plaats van een vloek als je reageert op degenen in ons midden die uit Midian en van verder zijn gekomen.
