Sjabbat Ki Tétsé, 6 september 2025/ 13 elloel 5785
Dewariem/Deuteronomium 24: 14 – 22, 25: 1 – 19; Tanach blz. 399 – 401.
Haftara: Jesjaja 54: 1 – 10; Tanach blz. 892 – 893.
Vertaler: Channa Kistemaker
Coördinatie: Harry Polak
Commentaar: dr. Jeffrey Kress, o.a. Dr. Bernard Heller Professor of Jewish Education, N.Y.
Use the link to read or listen to the original text in English.
_________________________________________________
Ga bij jezelf te rade voordat je ten strijde trekt
We weten dat elk extra woord in de Tora uitnodigt tot onderzoek om de diepere betekenis ervan te achterhalen. De openingswoorden van sidra Ki Tétsé vereisen een dergelijke overweging: “Als je ten strijde trekt tegen uw vijanden …” Waarom worden hier vijanden genoemd? Tegen wie zou je anders ten strijde trekken?
Interpretaties van de rabbijnen richten zich op het gebruik van het meervoud (vijanden) en zien daarin de aanduiding van een onderscheid tussen categorieën van conflicten, die elk andere regels van aanpak vereisen. Dit helpt verklaren waarom de regels van oorlogvoering waarmee de sidra begint, verschillen van de afsluitende instructies over hoe je Amalek moet bestrijden. De Tora spreekt over twee verschillende categorieën van conflict.
Conflict is onvermijdelijk (het is immers “wannéér je ten strijde trekt”, niet óf). Sterker nog, het jodendom hecht waarde aan discussie. De Talmoed leest als een pingpongwedstrijd van botsende meningen. Een opmerkelijk meningsverschil tussen Hillel en Sjammai duurde drie jaar, totdat een hemelse stem verkondigde dat beide partijen de woorden van een levende God vertegenwoordigen (Eroevin 13b). Net als in Ki Tétzé zijn er verschillende categorieën conflicten. De discussies van Hillel en Shammai, zo leert de traditie ons, waren “ter wille van de hemel” en deze argumenten zullen “duurzaam” zijn. Discussies die niet “ter wille van de hemel” zijn, zullen slecht aflopen.
Hoe weten we wanneer een discussie wel of niet ter wille van de hemel is? Het onderscheid tussen beide lijkt te maken te hebben met intentie: probeert men inzicht te krijgen in Gods wil die leidt tot gemeenschappelijke groei of is men alleen op zoek naar persoonlijke macht? Als dit het geval is, hangt de aanvaardbaarheid van een meningsverschil af van wat we weten over de motivatie van de ander. Dat is problematisch.
Uit een overvloed aan psychologisch onderzoek blijkt dat we geneigd zijn vooroordelen te hebben die op eigenbelang berusten en die ons ervan weerhouden anderen dezelfde ruimte te geven als onszelf. Wanneer iemand anders iets doms of aanstootgevends doet, hebben we de neiging dat te zien als een teken van wie die persoon is (en zal blijven). Wanneer wij dezelfde dwaze of aanstootgevende daad verrichten, verontschuldigen we onszelf door het te zien als een moment van misstap. Jij struikelt omdat je een kluns bent; ik struikel omdat de stoep oneffen was. We verdelen de wereld in wat psycholoog Joshua Greene ‘morele stammen’ noemt, waarbij wij voortdurend in strijd verwikkeld zijn met hen.
Onze zelfzuchtige vooroordelen zijn belangrijk om bij stil te staan, aangezien onze evolutionaire, neurologische ontwikkelingsgang ons met een instinctieve reactie op waargenomen bedreigingen heeft opgezadeld: we vechten of we vluchten. Conflictescalatie kan worden gezien als een cyclus waarin de betrokkenen elkaar wederzijds tot vechten en/of vluchten aanzetten. Veel van onze meningsverschillen spelen zich tegenwoordig af op internet en het internet biedt anonimiteit en algoritmen die als katalysator fungeren voor dat vechten en vluchten. Anonimiteit stelt ons in staat onze tegenstanders te ontmenselijken door echte verbindingen te vermijden. We raken ontremd en voelen ons minder verantwoordelijk. Algoritmen voeden ons met informatie die onze eigen positie bevestigt, waardoor we de confrontatie met degenen met wie we het oneens zijn, kunnen ontvluchten.
Dit brengt ons terug bij “vijanden”. Een andere interpretatie van het gebruik van het meervoud in deze sidra stelt dat we, wanneer we vechten, altijd met twee soorten vijanden te maken hebben: een externe en een interne. De sidra begint met wetten die de behandeling van krijgsgevangenen regelen. De commentator Shlomo Ephraim Luntschitz (ook bekend als de Keli Yakar) legt uit dat de tweede vijand hier de jetzer hara is, de neiging tot het kwaad. Na een fysieke vijand te hebben overwonnen, moet de overwinnaar lust of wraakzucht bestrijden en de beschreven verboden in acht nemen.
Het is inmiddels een cliché om te zeggen dat we in een tijd van strijd leven, waarin schril geschreeuw de plaats heeft ingenomen van dialoog en debat. Er is een groeiende tendens om degenen met wie we het oneens zijn te benaderen alsof ze Amalek zijn, die volledige minachting en vernietiging verdienen. De cyclus van vechten of vluchten en onze cognitieve vooroordelen creëren een selffulfilling prophecy. Kijk naar het vreselijke gedrag van mijn vijanden… wat een vreselijke mensen zijn het. Wanneer ik me op dezelfde manier gedraag? Dat komt alleen doordat ik erop reageerde. En zo maar door; onze “kwade neiging” resulteert in meer geschreeuw, gescheld of afwijzing, niet in wezenlijke vooruitgang.
We kunnen de jetzer hara van conflictescalatie bestrijden door ons vermogen te ontwikkelen om onze emoties te reguleren. We kunnen leren de lichamelijke sensaties van een dreigende vecht- of vluchtreactie te herkennen en actie ondernemen (bijvoorbeeld door diep adem te halen of positief tegen onszelf te praten) om betrokken te blijven. We kunnen onze eigen vooroordelen en aannames over “de ander” in twijfel trekken en nadenken over onze doelen en de beste manieren om die te bereiken. Onze traditie is er immers duidelijk over dat Amalek de uitzondering is; zelfregulatie is de regel.
Dr. Judith Plaskow legt de tegenstelling uit tussen het ‘herinneren’ en het ‘uitwissen van de herinnering aan’ sommige vijanden: “We kunnen de geboden om de Ammonieten uit te sluiten of de herinnering aan Amalek uit te wissen niet vergeten, omdat hun aanwezigheid in de Tora ons eraan herinnert hoe gemakkelijk het is om op wraak te reageren met meer wraak of op onrecht met meer onrecht.” Nu we het nieuwe jaar naderen, is het van belang dat we het vermogen ontwikkelen om die cyclus te doorbreken. Dat werk begint bij onszelf.
