Sjabbat Korach, 28 juni 2025/ 2 tamoez 5785
Bemidbar/Numeri 18: 1 – 32; Tanach blz. 304 – 307.
Haftara: Psalm 49: 1 – 21; Tanach blz. 1293 – 1294.
Vertaler: Bram Lagendijk
Coördinatie: Harry Polak
Commentaar: rabbijn Rachel Cowan z.l., o.a. directeur Jewish Life program, Nathan Cummings Foundation, New York.
Use the link to read the original text in English.
_________________________________________________
De strijd om macht: Mosje versus Korach
Wat een dramatische machtsstrijd zien we in deze afdeling van de Tora! Een stel invloedrijke rebellen probeert de macht van Mosje af te nemen. Zij zetten hun leven op het spel bij hun poging om hun eigenbelang te laten prevaleren boven de heilige bestemming van het volk. Hun ondergang is grimmig en afschuwelijk.
Niettemin leert de Tora dat, ook al sterft Korach, zijn nakomelingen voortleven. We zien hen vandaag de dag zeker nog steeds: cynische politieke, religieuze en maatschappelijke leiders die hun eigenbelang verhullen in de taal van de democratie, nationalisme of God. Door op zo’n kortzichtige manier macht uit te oefenen, vormen deze hedendaagse rebellen een nog grotere bedreiging voor Gods schepping dan Korach deed aangaande het leiderschap van Mosjee. Deze Toralezing spoort ons aan waakzaam te zijn, zodat zulke figuren de gemeenschappen die wij opbouwen en in stand te houden, niet ondermijnen.
Maar het zijn niet alleen publieke leiders die vandaag de dag de rol van Korach spelen. Ook wij leven met een voortdurend conflict tussen een ‘innerlijke Mosjee’ en een ‘innerlijke Korach’. Tussen nederigheid en arrogantie, tussen onbaatzuchtigheid en egoïsme. En tot we het verschil tussen die twee stemmen kunnen horen, zullen onze acties niet effectief zijn in het tegengaan van de macht van de Korachs in de wereld om ons heen. We moeten de behoeftige, bekrompen stem in onszelf, die ons adviseert te handelen, duidelijk onderscheiden van de wijze stem die spreekt vanuit onze hoogste waarden en waarheid. We hebben zelfreflectie nodig om te herkennen welke stem ons leidt. Gelukkig kunnen we ook enige hulp vinden in deze Toralezing.
Een dienaar van God
In onze traditie wordt Mosjee gezien als de belichaming van nederigheid – de ware dienaar van God. De Sfas Emes, een negentiende-eeuwse chassidische meester, verklaarde dat Mosjee zo ver verwijderd was van trotsheid in zijn gedrag dat mensen zijn bescheidenheid niet konden bevatten. In sidra Korach zien we Mosjee in zijn nederigheid, in staat om leiding te geven omdat hij God en de Jisraëlieten met heel zijn wezen liefheeft, ondanks zijn voortdurende frustratie jegens beiden. Twee keer werpt hij zich neer – voor Korach én voor God – in een poging de opstand te stoppen en te voorkomen dat God de aanhoudend ongehoorzame Jisraëlieten zou vernietigen.
Mosjee handelt vanuit het diepe besef dat Korachs uitdaging niets met hem te maken heeft; het is een uitdaging aan God. Hij weet dat hij het instrument is waardoor Gods visie voor de Jisraëlieten werkelijkheid kan worden, niet de man die zich superieur moet tonen aan een schaamteloze concurrent. Gaandeweg tijdens de tocht van de Jisraëlieten zien we Mosjee uitgroeien tot een spiritueel leider: van een onwillige jongeman die worstelt met woede en gebrek aan zelfvertrouwen tot de ultieme leider – iemand die zijn eigen ego weet te overwinnen om een veel groter doel te dienen. Uiteindelijk wordt hij iemand die Gods besluit accepteert dat hij zal sterven – en dat dit buiten het land Jisraël zal zijn.
Persoonlijke ambitie
Korach is anders. Zijn uitdaging aan Mosjee is geworteld in persoonlijke ambitie, niet in liefde voor God of de Jisraëlieten. In tegenstelling tot Mosjee, die aarzelde om het leiderschap dat God aanbood te aanvaarden, probeert Korach dat voor zichzelf te grijpen. De traditie interpreteert de opening van de afdeling letterlijk als “En Korach nam”, wat betekent dat hij zich afzonderde van het volk (Tzvi Hirsch Kalischer, Torah Gems, 1998, p. 77). Korach zou niets hebben gedaan om God ervan te weerhouden om de Jisraëlieten te vernietigen, want hij zou dolgraag de heerser van een heel nieuw volk willen zijn. In tegenstelling tot Mosjee ziet Korach het hele verhaal als iets dat over hemzelf gaat en de rol die hij als machtige hogepriester wil spelen.
Terwijl ik deze Tora-afdeling lees, vraag ik me af: hoe herken ik Korach in mijn eigen gedachten en daden, en hoe word ik net zo bewust als Mosje? In mijn werk als directeur van een fantastische non-profitorganisatie merk ik dat Korach het vaakst opduikt als ik bang ben. Wat als het me niet lukt om genoeg geld in te zamelen? Wat als het me niet lukt om ons werk bekend te maken? Wat als ik niet goed genoeg ben? Wat als dit werk mislukt door mijn incompetentie? Op zulke momenten van twijfel maak ik mezelf tot de steracteur op het toneel, met de hoofdrol in De tragedie van Rachel. Door die angst zonder ik me af van de gemeenschap die het werk doet en klamp ik me vast aan een manier die me een gevoel van controle geeft. Ik kan het geheel niet overzien. Er is geen mogelijkheid om verstandige beslissingen te nemen.
Maar als ik de tijd neem, net als Mosjee, om onderuit te gaan, adem te halen en na te denken, kan ik de ‘ik’ in mij in al zijn grootsheid horen schreeuwen. Ik antwoord: “Rav lecha (Genoeg hiervan), Korach!” – erkennend dat het verhaal opnieuw over mezelf en mijn angsten gaat. In die ruimte kan Mosjee zich tonen en me weer nederig laten zijn – om te erkennen dat ik slechts een figurant op dit podium ben, net als iedereen. Ik kan het vertrouwen hernieuwen in de wijsheid van het werk dat wordt ontwikkeld en in de wijsheid van mijn collega’s om te ontdekken wat daaruit zal voortvloeien.
De Korach in ieder van ons wordt opgeroepen door verschillende emoties: angst, woede, bezorgdheid, hebzucht of twijfel. Wanneer dit gebeurt, verliezen we het zicht op het geheel en raken we verstrikt in onze eigen innerlijke drama’s. Onze behoeften overschaduwen die van anderen.
De taak van Mosjee – en die van ons – is om van de bekrompenheid van twijfel, angst, woede en jaloezie over te gaan naar een ruimhartig leven in verbondenheid, in een gemeenschap van wederzijdse zorg en verantwoordelijkheid. In zo’n gemeenschap zijn alle mensen heilig. Zij – wij – kunnen elkaar eraan herinneren dat het niet gaat om de eigen ambitie, maar om de ziel, het huis, het kantoor en de wereld tot een plaats te maken die veiliger, wijzer en meer meelevend is voor iedereen. Zo’n perspectief helpt ieder van ons om een nederige dienaar van God te zijn.
