Sjabbat Bo

Sjabbat Bo, 24 januari 2026/ 6 Sjewat 5786

Sjemot/Sjemot: 10: 1 – 11:3 Tanach blz. 127.

Haftara: Jirmijahoe/Jeremia 46:13 –28; Tanach blz. 1015.

Vertaler: Thea Koster

Coördinatie: Channa Kistemaker

Commentaar:Rabbijn Andy Weissfeld geeft als rabbijn leiding aan de afdeling onderwijs van de Adas Israel Congregation te Washington, USA.

Oorspronkelijke Engelse tekst

Use the link to read or listen to the original text in English.  

_________________________________________________

Hoe gaat Mosjee om met situaties waarin de verwachtingen niet worden waargemaakt?

We hebben allemaal wel eens meegemaakt dat iets niet aan onze verwachtingen voldeed. Zelfs triviale dingen, zoals een team van je favoriete sport dat tegenvalt, een dessert dat niet naar je wens is of een trein die te laat is, kunnen tot grote frustratie leiden. Stel je de teleurstelling of het verdriet voor dat je voelt wanneer een veel belangrijkere zaak niet gaat zoals gehoopt. Mosjee bevindt zich in deze situatie in de sidra van deze week, omdat Gods belofte om de Jisraëlieten te bevrijden nog niet volledig is vervuld. Hoe gaat Mosjee om met het feit dat zijn verwachtingen nog niet zijn ingelost? Een bijzonder lastig gedeelte van onze sidra biedt een aanknopingspunt.

Voordat de Jisraëlieten zijn bevrijd en Mosjee de laatste plaag aankondigt, doet God in Sjemot 11:1-3 een voorspelling die volkomen onbereikbaar lijkt:

“De Eeuwige zei tegen Mosjee: ‘Ik zal de farao en Egypte met nog één plaag treffen, daarna zal hij jullie laten gaan. Hij zal jullie zelfs het land uitjagen, niemand uitgezonderd. Zeg tegen het volk dat iedereen zilveren en gouden sieraden van zijn buren moet vragen, de mannen aan hun buurman, de vrouwen aan hun buurvrouw.’ De Eeuwige zorgde ervoor dat de Egyptenaren het volk goedgezind waren. Mosjee stond zelfs in hoog aanzien bij de hovelingen en bij het Egyptische volk.” (Sjemot 11:1-3)

Betekent dit dat de Egyptenaren, na de verwoestende plagen en de verharding van het hart van de farao, de Jisraëlieten plotseling ‘goedgezind’ zullen behandelen? Dat Mosjee, de sleutelfiguur in de vernietiging van Egypte, hun meest geliefde leider zal worden? Op dit punt in het verhaal staat deze visie haaks op de werkelijkheid. In de volgende verzen moet Mosjee terugkeren naar de realiteit om de farao het meest verwoestende nieuws te brengen dat een ouder ooit kan horen: dat God spoedig de plaag van de eerstgeborenen zal laten neerdalen.

Bijbelgeleerde Robert Alter worstelt ook met de functie van het verhaal in deze drie verzen en merkt op dat ze ‘niet soepel in de voortgang van het verhaal lijken te passen’ (Robert Alter, The Hebrew Bible: The Five Books of Moses, 257). Hij wijst erop dat hoofdstuk tien eindigt met Mosjee die zegt dat hij het gezicht van de farao nooit meer zal zien (Sjemot 10:29), maar Mosjee verschijnt in de verzen 11:4-8 voor de farao om de laatste plaag aan te kondigen. Hij citeert Umberto Cassuto, de 20e-eeuwse Italiaanse en Israëlische bijbelgeleerde, “die het ziet als een soort terugblik in Mosjee’s gedachten – op Gods oorspronkelijke belofte om Egypte te verwarren en Israël te bevrijden vóór de aankondiging van de laatste plaag” (ibid.).

Mosjee had inderdaad goede redenen om een gunstige behandeling en grote rijkdom te verwachten. Bij de brandende struik verzekerde God Mosjee dat Hij zal zorgen “dat de Egyptenaren jullie goedgezind zijn: Mijn volk zal niet met lege handen vertrekken”. (Sjemot 3:21). God beloofde Abraham zelfs dat Hij “hun onderdrukkers ter verantwoording zal roepen, en dan zullen ze wegtrekken, met grote rijkdommen”. (Beresjiet 15:14). Soms, wanneer het leven moeilijk is, kan het visualiseren van een meer ideale realiteit ons even helpen om ons steviger te voelen. Misschien hielp deze “terugblik”, die de dappere en rechtvaardige aard van Mosjee’s oorspronkelijke bedoelingen en de zekerheid van Gods belofte bevestigt, hem om met teleurstellende gevoelens door onvervulde verwachtingen van vrijheid om te gaan. Die korte droom houdt Mosjee’s blik gericht op het doel en herinnert hem eraan alles te doen wat nodig is om zijn volk naar het einddoel te brengen, zelfs als het er niet precies zo uitziet als hij had gedroomd.

Mosjee slaagt als leider vaker in het bereiken van zijn doelen: hij vraagt ​​de farao waarschijnlijk minstens twaalf keer om de Jisraëlieten te laten gaan voordat hij erin slaagt de vrijheid van zijn volk te verzekeren. Mosjee’s vermogen om terug te denken aan een visioen van een betere toekomst voedt zijn onophoudelijke gedrevenheid. Psychologe Angela Duckworth zou dit doorzettingsvermogen omschrijven als “passie en volharding voor lange termijn doelen… een doel dat je zo belangrijk vindt dat het bijna alles wat je doet structureert en betekenis geeft.” Om zijn vastberadenheid te behouden op een moment dat de werkelijkheid nog niet aan zijn verwachtingen voldoet, neemt Mosjee even de tijd om na te denken en te dromen over de betere toekomst waar hij en zijn voorouders zo hard voor hebben gewerkt.

We kunnen van Mosjee leren wanneer ons eigen leven onverwachte wendingen neemt. Door zich te blijven richten op het grotere geheel, helpt Mosjee de Jisraëlieten de langzame weg naar verlossing te verdragen. Hoewel dit geen wondermiddel is, kan het nemen van een stap terug om onszelf onze grotere doelen voor ogen te houden een tijdelijke vonk van motivatie of een zucht van verlichting geven.

Sjabbat Sjalom.