Sjabbat Lech Lecha

Sjabbat Lech Lecha, 1 november 2025/ 10 chesjwan 5786

Bereesjiet/Genesis: 12: 1 – 20, 13: 4 – 18; Tanach blz. 22 – 23.

Haftara: Jesjajahoe 40: 27 – 41: 16; Tanach blz. 867.

Vertaler:         Paula Reisner

Coördinatie:   Harry Polak

Commentaar:  rabbijn Marc Wolf, The Jewish Theological Seminary

Oorspronkelijke Engelse tekst

Use the link to read or listen to the original text in English.  

_________________________________________________

Vertrouwen in de reis

Henry David Thoreau heeft Abram nooit ontmoet, maar hij toonde ongelooflijk inzicht in een vraag die werd opgeworpen door het bevel van God, waarmee Abrams reis in de sidra van deze week begint.

Ik heb in mijn leven maar een of twee mensen ontmoet die de kunst van het Wandelen, dat wil zeggen van het maken van wandelingen, verstonden – die, om het zo maar te zeggen, een talent hadden voor slenteren [in het Engels: sauntering]: een woord dat prachtig is afgeleid ‘van luie mensen die in de Middeleeuwen door het land zwierven en om aalmoezen vroegen, onder het voorwendsel dat ze à la Sainte Terre’ naar het Heilige Land gingen, totdat de kinderen uitriepen: ‘Daar gaat een Sainte-Terrer’, [Engels: saunterer] een slenteraar, een Heilig-Lander… Sommigen leiden het woord echter af van sans terre, zonder land of huis, wat dus in de goede zin zal betekenen dat men geen specifiek huis heeft, maar zich overal evengoed thuis voelt. (“Wandelen”, uit Walden and Other Writings, 597)

Was Abram een Heilig-Lander, of een dakloze? Het is een belangrijke vraag om over na te denken tijdens deze letterlijke eerste stappen van het verhaal van onze geboorte als volk. Net als veel van de rijkste delen van de Tora zijn de openingsregels van sidra Lech Lecha beladen met dubbelzinnigheid: “De Eeuwige zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten en ga naar het land dat Ik je zal wijzen’” [Beresjiet/Gen. 12:1].

Wat vroeg God precies van hem? Wist Abram zijn reisdoel? Besefte hij dat hij aan een reis naar het Heilige Land begon of liep hij zonder specifieke bestemming? We kunnen ons voorstellen hoe beide keuzes angst opriepen. Maar het lijdt geen twijfel dat het beginnen aan een reis zonder te weten waar die naartoe leidt, met meer angst en zorg is omgeven. Maar wat vond Abram, afgezien van de reis en de bestemming, van Haran? Was hij gelukkig thuis? Was hij tevreden met zijn omgeving? Wilde Abram een nieuwe weg inslaan en zijn leven en familie achterlaten of was hij tevreden met het leven dat hij leidde?

Onze geleerden hebben creatieve en bekende verhalen geweven die de scène context geven. Er zijn talloze kinderen die deze midrasjiem leren en die gedurende een groot deel van hun schooltijd geloven dat ze waarachtig zijn. (Reken mij maar tot een van hen.) Wie van ons kan niet het verhaal vertellen van Abram die de afgodsbeelden van zijn vader kapotmaakte en, toen hij met de overtreding werd geconfronteerd, tegen zijn vader zei dat ze elkaar hadden verwoest? Deze en vele andere mythen uit Genesis Rabba schetsen een negatief beeld van het leven dat Abram leidde toen hij zijn kritiek op de illusoire praktijk van afgoderij vormde. Onze interpreterende traditie portretteert Haran als een plaats waar Abram een buitenstaander was. We kunnen ons voorstellen dat hij bereid was te vertrekken en ergens anders een nieuw leven te beginnen, ongeacht de consequenties.

Maar als we terugkeren naar onze sidra, lezen we dat de Tora niet zegt dat Haran een onaangename plaats was; er wordt geen sfeer beschreven die overeenkomt met de midrasjiem. Deze meer letterlijke lezing van de tekst maakt Abrams vertrek des te dramatischer. Hoeveel meer vastberadenheid en wilskracht zou het vergen om een plek te verlaten waar je je daadwerkelijk thuis voelt? Ook al zeggen we dat Abrams passie voor God hem ertoe bracht te beseffen dat hij Haran moest verlaten om aan dit nieuwe hoofdstuk in zijn leven te beginnen, dan moet dit toch een moeilijke beslissing zijn geweest voor onze opkomende patriarch.

Wat zou hem dan gemotiveerd hebben om die sprong te wagen? Wist hij waar hij naar toe ging? Hebben zijn geloof en vertrouwen in God hem uiteindelijk geïnspireerd tot zijn eerste stappen uit Haran? Kreeg Abram een garantie dat het leven dat hij zou leiden bevredigender zou zijn dan het leven dat hij achterliet? Wat inspireerde Abram uiteindelijk om niet alleen Gods bevel te horen, maar er ook op te reageren?

De Slonimer Rebbe, Rabbi Shalom Noah Berezovski, leest de openingszin van onze sidra heel aandachtig en leert dat er een verschuiving plaatsvindt in de manier waarop God met Abram omgaat, vanaf het begin van Abrams roeping tot het einde van zijn reis. Als we het eerste bevel lezen, spreekt God Abram mondeling aan: ‘De Eeuwige zei tegen Abram: “Ga uit je land…”’ Hoewel Abram graag een zichtbaar bewijs wilde dat de bestemming echt was en de belofte waarachtig, krijgt Abram tijdens deze eerste stappen alleen Gods boodschap. Pas toen Abram aankwam bij ‘het land dat Ik je zal wijzen’, besefte hij dat hij het einde van zijn reis had bereikt. Pas toen hij zijn nieuwe realiteit beleefde, zou Abram het ultieme bewijs krijgen dat het verlaten van Haran en de reis de moeite waard waren. Pas toen kon hij inzien dat hij de juiste beslissing had genomen om naar Gods bevel te luisteren en Haran te verlaten.

Lech lecha” (Ga op weg). Abram had een keuze toen hij dat bevel hoorde. Hij kon blijven waar hij was, in het comfortabele, vertrouwde leven dat hij in Haran leidde. Hij kon zijn ogen sluiten – weigeren om naar buiten te trekken en te zien wat God voor hem in petto had – of hij kon ze openen en in de toekomst kijken. Dan zou hij zich realiseren dat, ook al leidde hij een comfortabel leven, wat er achter die horizon wachtte – hoe verontrustend, zorgwekkend of onbekend het ook was – het Beloofde Land was.

Wat sidra Lech Lecha ons leert, is dat het niet de kennis van de bestemming is die ons ertoe aanzet die eerste stap te zetten, maar het vertrouwen dat we het Beloofde Land zullen bereiken wanneer we vertrekken – geloven in God en weten dat, hoe moeilijk de weg voor ons ook is, welke worstelingen of complicaties ons onderweg ook te wachten staan, het leven aan het einde van de reis het enige ultieme bewijs is dat de eerste stap de moeite waard was. Het essentiële punt is dat we die eerste stap moeten zetten, moeten luisteren naar de innerlijke stem die zegt: “Lech Lecha“, en de reis aanvangen.

Was Abram een Heilig-Lander, een pelgrim, of een dakloze? Hij antwoordt dat pas wanneer hij uiteindelijk in het Beloofde Land aankomt. Tot die tijd slentert hij [Engels: he saunters]… maar is hij, hoe dan ook, onderweg!