Sjabbat Simchat Tora

Sjabbat Simchat Tora, 3 oktober 2026/ 22 Tisjrie 5787

1ste sefer: Dewariem/Deuteronomium 33: 1 –29 en 34:1 – 12: Tanach blz. 424-426.

2de sefer: Beresjiet 1:1 – 2:3; Tanach blz. 3-5.

3de sefer: Maftir: Wajikra 23:33 – 38; Tanach blz. 247-248.

Haftara: Jehosjoea 1:1 –9; Tanach blz. 431.

Vertaler: Paula Reisner

Coördinatie: Channa Kistemaker

Commentaar:Cantor Evan Kent is emeritus chazan van Temple Isaiah te Los Angeles em hij woont en werkt sinds 2013 in Israël.

Oorspronkelijke Engelse tekst

 

Use the link to read the original text in English.  

_________________________________________________

Het ontzagwekkende van Torastudie

De sidra van deze week Wezot Habracha, beschrijft de laatste minuten van Mosjee’s leven. Mosjee heeft het volk van slavernij naar vrijheid geleid en zal nu, in zijn laatste ogenblikken, zegeningen uitspreken over het bijeengekomen Jisraëlitische volk. Na deze zegeningen beklimt Mosjee de berg Nevo en toont de Almachtige hem heel Jisraëel, het land dat hij niet zal binnengaan. God zegt tegen hem: “Dit is het land waarvan Ik aan Avraham, Jitschak en Jaäkov onder ede heb beloofd dat …”. (Dewariem/Deut. 34:4) En Mosjee werpt nog een laatste blik op het land voordat hij op een top van de Pisga sterft. God begraaft hem op een onbekende plek.

De Tora beschrijft deze gebeurtenis op een enigszins afstandelijke, zakelijke manier, en dat maakt de dood van Mosjee des te pijnlijker. Na veertig jaar van omzwervingen en het leiden van het volk wordt Mosjee opgevolgd door Jehosjoea, die het volk het Beloofde Land binnenleidt.

Een paar jaar geleden reden mijn man, rabbijn Donald Goor, en ik van Jeruzalem naar Jordanië. Na een rondleiding door Amman bezochten we de oude Romeinse stad Jerash. Vervolgens gingen we naar Madaba en de berg Nevo, die bekend staat als de traditionele plek waar Mosjee stierf.

Staande op de berg Nevo keken we uit over het landschap dat Mosjee volgens de Tora aanschouwde – en het is schitterend. Op die warme, heldere dag kon ik vanaf de hoogten van de berg Nevo de weidse uitzichten over de vlakte tot aan de zee zien. Voorbij de groene, weelderige Jordaanvallei zag ik de glinsterende wolkenkrabbers van Tel Aviv. Het voorrecht om een modern Israël te zien – en er deel van uit te maken – dat Mosjee zich nauwelijks had kunnen voorstellen, ontroerde me tot tranen toe van diep ontzag.

Wanneer we aan het einde van deze sidra komen, stuiten we opnieuw op die witte ruimte – die overgangsplek tussen de sidrot waarover ik schreef toen we onze reis door Dewariem begonnen. Voordat we bij deze woordloze plek aankomen, lezen we de laatste p’soekim van de Tora:

Nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mosjee, met wie de Eeuwige zo vertrouwelijk omging. Door zijn toedoen heeft de Eeuwige in Egypte tekenen en wonderen laten zien aan de farao en zijn onderdanen, aan heel zijn land. Van alles wat Mosjees krachtige hand verrichtte en van de daden waarmee hij alom ontzag inboezemde, is heel Israël getuige geweest. (Dewariem/Deut. 34:10-12)

Na het lezen van deze laatste p’soekim keren we terug naar het boek Beresjiet, beginnend bij het scheppingsverhaal. Maar eerst moedig ik u aan even adem te halen en stil te staan bij die laatste witte ruimte.

We bevinden ons niet langer in het boek Dewariem en zijn nog niet teruggekeerd naar het boek Beresjiet. Dit is de plek van het ‘misschien’, een moment van vragen stellen. Net als de Jisraëlieten uit de Oudheid staan wij op de grens tussen het bekende verleden en de onbekende toekomst: een kleine, witte ruimte van onzekerheid en overgang. Voor mij is dit moment van afsluiting en nieuw begin een tijd van vreugde vermengd met huiver; een viering die gepaard gaat met de ongewisheid over wat ik zal ontdekken wanneer we opnieuw beginnen. En hoezeer we ook proberen de woorden, verzen, mysteries, lessen en midrasjiem van de Tora te doorgronden: de zee van kennis is diep en ontzagwekkend. Ik ben mijn leraren dankbaar dat ze me altijd hebben aangemoedigd om voorzichtigheid opzij te zetten en in de wateren van het leren te duiken. Het is tegelijkertijd prachtig en beangstigend om te ontdekken wat je niet weet en opnieuw te leren wat je dacht te weten. Voor mij is dit de essentie van Torastudie, de essentie van een religieus leven.

De theoloog en filosoof John Caputo noemt dit de ‘onmogelijk mogelijke’ toekomst in zijn boek On Religion:

We kijken naar een ingebeelde of werkelijke horizon, maar we zullen die nooit bereiken…

De religieuze levenshouding houdt in dat men zich blootstelt aan de radicale onzekerheid en het open karakter van het leven – aan wat we de ‘absolute toekomst’ noemen: een toekomst die zin geeft, die smaak            geeft aan het bestaan en die vraagt om het nemen van risico’s. Die absolute toekomst is een riskante onderneming; daarom zijn geloof, hoop en liefde vereist. Ons hart is rusteloos… in beweging gebracht door de mogelijkheid van vernieuwing en wedergeboorte…

Dank voor het met mij meegaan op deze reis door het laatste boek van de Tora; mogen we allen vol vreugde, leermomenten en een vleugje onzekerheid naar onze horizonten toe bewegen, terwijl we zeggen:

Chazaak, chazaak, venitchazeek! Wees sterk, wees sterk, en wij zullen gesterkt worden!