Sjabbat Soekot, 26 september 2026/ 15 Tisjrie 5787
1ste sefer: Wajikra/Leviticus 23: 1 –44; Tanach blz. 245-248.
2de sefer: Dewariem 28:1-6; Tanach blz. 405
Haftara: I Koningen 8:2 –21; Tanach blz. 687-689.
Vertaler: Channa Kistemaker
Coördinatie: Channa Kistemaker
Commentaar:Rabbijn Jonathan Sacks z’’l was bij leven Opperrabbijn van het Verenigd Koninkrijk.
Use the link to listen to or read the original text in English.
_________________________________________________
Wat is een soeka?
Wat is een soeka precies? Wat moet hij symboliseren? Hierover verschilden twee grote wijzen uit de Misjna van mening. Rabbi Eliëzer stelde dat de soeka symbool staat voor de anané kavod – de Wolken van Heerlijkheid die de Jisraëlieten tijdens hun jaren in de woestijn omringden. Ze beschermden hen overdag tegen de hitte en ‘s nachts tegen de kou, en hulden hen in de glans van de Goddelijke Aanwezigheid. Deze opvatting wordt weerspiegeld in diverse targoemim (Aramese vertalingen van de Tanach), en Rasji beschouwt dit in zijn commentaar als de letterlijke betekenis van het vers. Rabbi Akiva stelt daarentegen dat het gaat om soekot mamasj: een soeka is simpelweg een soeka, niet meer en niet minder – een hut, een onderkomen, een tijdelijk verblijf. Er zit geen symboliek achter; het is gewoon wat het is.
Als we Rabbi Eliëzer volgen, is het duidelijk waarom we een feest vieren door een soeka te bouwen: hij dient om ons aan een wonder te herinneren. Bij alle feesten staan wonderen centraal, en bij Soekot draait het om Gods liefdevolle zorg voor Zijn volk. Hij verzachtte de ontberingen van de woestijntocht door hen te omringen met Zijn beschermende wolk, zoals een ouder een jong kind in een deken wikkelt. Voor hem is Soekot dus een herinnering aan die Goddelijke bescherming tijdens de jaren in de woestijn.
De opvatting van Rabbi Akiva is echter problematisch. Als een soeka alleen maar een hut is, waar zit dan het wonder? Er is niets bijzonders aan het wonen in een hut als je een nomadisch bestaan in de woestijn leidt. Dat is wat bedoeïenen tot voor kort deden, en sommigen nog steeds doen. Wat is er dan wonderbaarlijk aan? Waarom zouden we dit feest vieren?
Rasjbam, de kleinzoon van Rasji, stelt dat de soeka bedoeld was om de Jisraëlieten aan hun verleden te herinneren. Juist op het moment dat ze de grootste voldoening voelden over hun leven in Israël, moesten ze stilstaan bij hun bescheiden afkomst – de tijd dat ze geen land en geen vaste woonplaats hadden. Maar ik denk dat er nog een andere manier is om Rabbi Akiva te begrijpen, en die ligt besloten in een van de prachtige uitspraken van Jeremia, woorden die we ook op Rosj Hasjana uitspreken:
Zacharti lach chesed ne’oerajich – Ik gedenk de goedertierenheid van uw jeugd: hoe u Mij als bruid liefhad en Mij volgde door de woestijn, door een land dat nog niet was ingezaaid. (Jeremia 2:2)
Dit is een van de weinige passages in de Tanach waarin niet God, maar het volk Jisraëel wordt geprezen. Elders worden ze afgeschilderd als twistziek, opstandig, ondankbaar en eigenzinnig. Maar het feit blijft dat ze de moed hadden om op reis te gaan, om te trekken, om hun veiligheid achter zich te laten en gehoor te geven aan Gods roep, net zoals Abraham en Sara dat deden aan het begin van onze geschiedenis.
Er is geen sprake van een offer als God je bij elke stap en op elk moment beschermt. Maar als we Rabbi Akiva volgen en de soeka zien als wat hij werkelijk is – het tijdelijke onderkomen van een tijdelijk dakloos volk – dan is het logisch om te zeggen dat Jisraëel de moed toonde van een bruid die bereid is haar echtgenoot te volgen op een riskante reis naar een plek die ze nog nooit eerder heeft gezien. Een liefde die blijkt uit haar bereidheid om in een hut te wonen, vertrouwend op de belofte van haar man dat ze op een dag een vast thuis zullen hebben. Met andere woorden: de andere feestdagen staan symbool voor Gods liefde voor Jisraëel, maar Soekot staat symbool voor Jisraëels liefde voor God.
Ik noem Soekot ‘het feest van de onzekerheid’. Dat is precies wat de Jisraëlieten veertig jaar lang in de woestijn hebben ervaren. Het is precies wat wij ervaren – althans hier in Londen – wanneer we Soekot vieren en blootstaan aan kou, wind, regen en storm. Tegelijk is Soekot zman simchatenoe: dat wonderbaarlijke vermogen om ons te verheugen, zelfs te midden van onzekerheid. De 21e eeuw is het tijdperk van onzekerheid, en wij Joden zijn de wereldwijde experts in het leven met onzekerheid, omdat we er al millennia mee leven. Het ultieme antwoord op onzekerheid is Soekot: het moment waarop we de veiligheid van onze huizen achter ons laten en in soekot mamasj gaan zitten – in hutten, blootgesteld aan de elementen. Dat kunnen doen en toch zeggen dat dit het feest van onze vreugde is –zman simchatenoe – is een grootse geloofsprestatie en het ultieme tegengif voor angst. Geloof is geen zekerheid; het is de moed om met onzekerheid te leven. Het is het vermogen om ons te verheugen te midden van instabiliteit en verandering, terwijl we zonder angst door de wildernis van de tijd naar een onbekende bestemming reizen – omdat wij naar God toe gaan en Hij naar ons toe komt.
