Sjabbat Wajakhél-Pekoedé

Sjabbat Wajakhél-Pekoedé, Sjabbat haChodesh, 14 maart 2026/25 Adar 5786

1ste sefer: Sjemot/Sjemot: 35:1 – 36:1 – 38, 40:34 – 38 Tanach blz. 182.

2de sefer: Sjemot/Sjemot: 12:1 – 20 Tanach blz. 130.

Haftara: Ezra 7:1 –28; Tanach blz. 1657.

Vertaler: Thea Koster

Coördinatie: Channa Kistemaker

Commentaar:Rabbijn Jonathan K. Crane doceert bio-ethiek en joodse filosofie aan het Centre for Ethics van Emory University.

Oorspronkelijke Engelse tekst

Use the link to read the original text in English.  

_________________________________________________

Eén geheel

Toen ik deze week de sidra las over de bouw van de tabernakel, viel me een terugkerend detail op: “En hij [Betsaleel] maakte vijftig gouden gespen en verbond de gordijnen met elkaar met de gespen, zodat de tabernakel één geheel werd.” En slechts enkele verzen later lezen we opnieuw: “Hij maakte vijftig koperen gespen om de tent samen te binden, zodat deze één geheel zou worden” (Sjemot 36:13,18).

Vóór dit moment vormden de tabernakel en het tentdoek geen eenheid. Wat Betsaleel voor zich zag, was een verzameling van prachtige, verschillende en afzonderlijke stukken. Pas nadat hij die stukken bewust aan elkaar had gekoppeld, ontstonden de tabernakel en de tent als een samenhangend geheel. Aanvankelijk dacht ik dat dit misschien een verhaal was over het geheel dat meer is dan de som der delen. Maar ik leerde al snel dat deze verzen over fysieke structuren en tentdoeken ironisch genoeg iets meer diepgaands verbergen.

Deze verzen weerspiegelen eerdere instructies toen God de Israëlieten opdroeg een tabernakel te bouwen, zodat God onder hen kon wonen. Destijds luidde het bevel: “Maak vijftig gouden gespen en verbind de gordijnen met elkaar met behulp van de gespen, zodat de tabernakel één geheel wordt” (Sjemot 26:6).

Ik merkte iets merkwaardigs op aan deze herhaling: toen God zei: “Verbind de gordijnen met elkaar met de sluitingen” (we-chibarta et-hajirot iesja el achota bakerasiem), zou het vers gelezen kunnen worden als: “Verbind de gordijnen, een vrouw met haar zus (iesja el achota), met de sluitingen, en de tabernakel zal één geheel vormen.” De verborgen, of diepere betekenis van het verhaal, zou kunnen zijn dat wanneer vrouwen zich verenigen, de tabernakel zelf een levensvatbaar geheel wordt. Inderdaad, wanneer vrouwen samenkomen, gebeuren er buitengewone dingen.

Dit thema van vruchtbare vrouwelijke samenwerking klinkt door in het hele boek Sjemot. Het begint met sterke vrouwen van allerlei slag die hun leven riskeren om een ​​jongeling te redden en hem op te leiden voor een unieke leiderschapsrol (Sjemot 1-2). Naast de burgerlijk ongehoorzame vroedvrouwen Sjifra en Poa, en de vindingrijke Mirjam en Jocheved (respectievelijk Mozes’ zus en moeder), zijn er de “krachtige” Hebreeuwse vrouwen die kinderen baarden of zoogden ondanks de wreedheden van de farao (Sjemot 1:19; 2:7). De dochter van de farao en haar slavin namen persoonlijke risico’s om één enkel kind te redden die de Egyptische samenleving ingrijpend zou veranderen (Sjemot 2:5-10). Later zien we hoe vrouwen gezamenlijk essentiële middelen veiligstellen voor de eerste stappen van de Israëlieten naar vrijheid en hun vaardigheden gebruiken om te helpen bij de bouw van de tabernakel (zie Sjemot 3:22, 11:2 en hoofdstuk 35). Ten slotte zijn er de vrouwen die dienstdeden bij de ingang van de Tent der Samenkomst, en hun koperen spiegels gebruikten om hun mannen te verleiden en op te winden, zodat het Joodse volk ondanks de moeilijkheden in de woestijn zou volhouden (Sjemot 38:8; 1 Samuel 2:22, Tanhuma, Pekudei 9:1).

Het hele boek Sjemot laat zien dat het bestaan ​​van het Jodendom voor een groot deel te danken is aan vrouwen wier namen grotendeels onvermeld zijn gebleven. Zonder al die vrouwen en hun ondergewaardeerde inspanningen zouden de structuren die de menselijke en heilige gemeenschap mogelijk maken, in chaos zijn vervallen of helemaal niet tot stand zijn gekomen.

Het is ironisch en tragisch dat vrouwen werden uitgesloten van de tabernakel die ze zelf mede hadden helpen bouwen. Niet minder verontrustend is het dat zoveel vrouwen in deze grondleggende verhalen ongenoemd blijven. Zoals de geschiedenis aantoont, zijn Joodse vrouwen in latere teksten en gebruiken verdoezeld en genegeerd. Hoewel onze bronnen ons leren aandacht te schenken aan en waardering te tonen voor degenen die wel genoemd worden en talent hebben, zoals Betsaleel, leidt dit vaak tot het negeren en zelfs devalueren van de cruciale en creatieve bijdragen van zoveel anderen, vrouwen inbegrepen.

Om onze gemeenschappen hecht te maken – vooral in deze turbulente tijden – moeten we mensen fysiek bij elkaar brengen. We moeten onze collectieve aandacht richten op de verschillende groepen mensen wier aanwezigheid en stille bijdragen maar al te vaak over het hoofd worden gezien. Wie zijn de onbezongen schakels en gespen die alles bij elkaar brengen? Wie koper bijdraagt, verdient evenveel respect als wie goud bijdraagt, want beide zijn nodig om onze heilige ruimtes en tijden tot één geheel te maken.