Sjabbat Wajechi, 3 januari 2026/ 14 Tewet 5786
Beresjiet/Genesis: 47:28 – 48:22; 50:22 – 26 Tanach blz. 101 – 108.
Haftara: I Melachiem/Koningen 2:1 – 12; Tanach blz. 671.
Vertaler: Benjamin Cohen
Coördinatie: Channa Kistemaker
Commentaar:Lord Rabbi Jonathan Sacks z’’l
Use the link to read or listen to the original text in English.
_________________________________________________
Familie, geloof en vrijheid
Als je wilt begrijpen waar een boek over gaat, kijk dan zorgvuldig naar hoe het eindigt. Beresjiet eindigt met drie zeer betekenisvolle scènes.
Eerst zegent Jaäkov zijn kleinzonen, Efrajim en Menasjé. Dit is de zegen die Joodse ouders op vrijdagavond gebruiken om hun zonen te zegenen. Mijn voorganger, Lord Jakobovits, vroeg zich wel eens af waarom juist deze zegen van alle zegeningen in de Tora? Hij gaf een prachtig antwoord. Hij zei dat alle andere zegeningen van vader op zoon gaan – en tussen vaders en zonen kan er spanning zijn. Jaäkovs zegen van Efrajim en Menasjé is het enige voorbeeld in de Tora van een grootouder die een kleinkind zegent. En tussen grootouders en kleinkinderen is er geen spanning, alleen pure liefde.
Vervolgens zegent Jaäkov zijn twaalf zonen. Hier is een merkbare spanning. Zijn zegeningen voor zijn drie oudste zonen, Reoeveen, Sjimon en Levi, lijken eerder op vloeken dan op zegeningen. Toch zegent hij alle twaalf tegelijk in dezelfde ruimte. Zoiets hebben we nog niet eerder gezien. Er is geen beschrijving van Awraham die Jisjmaëel of Jitschak zegent. Jitschak zegent Esav en Jaäkov afzonderlijk. Het feit dat Jaäkov zijn zonen bijeenbrengt is zonder precedent, en belangrijk. In het volgende hoofdstuk – het eerste van Sjemot – worden de Jisraëlieten voor het eerst beschreven als een volk. Het is moeilijk voor te stellen hoe ze als volk samen zouden kunnen leven als ze niet als gezin samen konden leven.
Ten derde, na de dood van Jaäkov vroegen de broers aan Joseef om hen te vergeven, hetgeen hij doet. Hij had dat eerder ook al gedaan. Blijkbaar koesterden de broers het vermoeden dat hij slechts zijn tijd afwachtte tot hun vader stierf, zoals ooit Esav zich voornam. Zonen nemen geen wraak binnen de familie zolang de vader leeft – dat lijkt in die tijd het principe te zijn geweest. Joseef spreekt rechtstreeks tot hun angsten en stelt hen gerust. “Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd” zegt hij.
De Tora geeft ons hier een onverwachte boodschap: het gezin staat boven alles, boven het land, de natie, de politiek, de economie, het streven naar macht en het vergaren van rijkdom. Vanuit een extern perspectief is het indrukwekkende aan dit verhaal dat Joseef de top van de macht in Egypte bereikte, dat de Egyptenaren zelf rouwden om de dood van zijn vader Jaäkov en het gezin vergezelden op hun weg naar de begrafenis, zodat de Kenaänieten, toen ze het gezelschap zagen, zeiden: “De Egyptenaren zijn in diepe rouw!” (Beresjiet 50:11). Maar dat is slechts schone schijn. Wanneer we de bladzijde omslaan en het boek Sjemot beginnen, ontdekken we dat de positie van de Jisraëlieten in Egypte zeer kwetsbaar was, en dat alle macht die Joseef in handen van de farao had gecentraliseerd, uiteindelijk tegen hen gebruikt zou worden.
Beresjiet gaat niet over macht. Het gaat over gezinnen. Want daar begint samenleven.
De Tora suggereert niet dat het stichten en onderhouden van een gezin gemakkelijk is. De patriarchen en matriarchen – met name Sara, Rivka en Rachel – kennen de pijn van onvruchtbaarheid. Ze weten wat het is om hoopvol te wachten, en weer te wachten.
Broederlijke rivaliteit is een terugkerend thema in het boek. De psalm zegt: “Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen!” Er had ook aan toegevoegd kunnen worden: “en hoe zeldzaam.” Bijna aan het begin van de menselijke geschiedenis doodt Kajin Hevel. Er zijn spanningen tussen Sara en Hagar die ertoe leiden dat Hagar en Jisjmaëel worden weggestuurd. Er is rivaliteit tussen Jaäkov en Esav, en tussen Joseef en zijn broers, in beide gevallen bijna leidend tot moord.
Toch neemt het belang van het gezin niet af. Integendeel, het is het belangrijkste middel tot zegening. Kinderen spelen een centrale rol in Gods zegen, net als het schenken van het land. Het is alsof de Tora ons in alle oprechtheid wil vertellen dat gezinnen inderdaad een uitdaging vormen. De relatie tussen man en vrouw, en tussen ouder en kind, is zelden eenvoudig. Maar we moeten eraan werken. Er is geen garantie dat we het altijd goed zullen doen. Het is geenszins duidelijk dat de ouders in Beresjiet het altijd goed deden. Maar dit is ons meest menselijke instelling.
Het gezin is de plek waar liefde nieuw leven in de wereld brengt. Dat alleen al maakt het de meest spirituele van alle instellingen. Het is ook de plek waar we onze belangrijkste en blijvende morele opvoeding krijgen. Om wijlen James Q. Wilson, politicoloog aan Harvard, te citeren: het gezin is “een arena waarin conflicten ontstaan en beheerd moeten worden.” Mensen binnen het gezin “houden van elkaar en maken ruzie, delen en mokken, behagen en stellen teleur.” Gezinnen, zegt hij, “zijn de wereld waarin we onze emoties vormgeven en beheersen.“ 1
De Tora leidt ons door gebieden die in de 20e eeuw zijn aangewezen als de belangrijkste conflictgebieden. Freud zag het Oedipuscomplex – het verlangen om ruimte voor jezelf te creëren door je vader te verwijderen – als een van de voornaamste drijfveren van menselijke emoties. René Girard zag rivaliteit tussen broers en zussen als een, misschien wel dé, bron van menselijk geweld. 2
Ik heb betoogd dat het verhaal van het offer van Jitschak precies gericht is tegen het Oedipuscomplex. God wil niet dat Awraham Jitschak doodt. Hij wil dat hij afstand doet van Jitschak als zijn eigendom. Hij wil een van de meest wijdverbreide overtuigingen van de antieke wereld afschaffen, in het Romeinse recht bekend als het principe van Patria potestas, dat ouders hun kinderen bezitten. Zodra dit verdwenen is en kinderen een eigen rechtspersoonlijkheid krijgen, verdwijnt een groot deel van de kracht van het Oedipuscomplex. Kinderen krijgen de ruimte zichzelf te zijn.
Ik heb ook betoogd dat het verhaal van Jaäkovs worstelpartij met de engel gericht is tegen de bron van broederlijke rivaliteit, namelijk mimetisch verlangen, het verlangen om te hebben wat je broer heeft omdat hij het heeft. Jaäkov wordt Jisraëel wanneer hij ophoudt Esav te willen zijn en in plaats daarvan zichzelf durft te zijn.
Beresjiet is dus geen lofzang op de deugd van gezinnen. Het is een openhartig, eerlijk en volledig uitgewerkt verslag van wat het betekent om enkele van de belangrijkste problemen binnen gezinnen aan te pakken, zelfs in de beste.
Beresjiet eindigt met deze drie belangrijke conclusies: ten eerste, dat grootouders deel uitmaken van het gezin en dat hun zegen belangrijk is. Ten tweede, Jaäkov laat zien dat het mogelijk is om al je kinderen te zegenen, zelfs als je met sommigen een verstoorde relatie hebt. Ten derde, Joseef laat zien dat het mogelijk is om je broers en zussen te vergeven, zelfs als zij je veel pijn hebben gedaan.
Een van mijn meest levendige herinneringen uit mijn studententijd is het luisteren naar de BBC Reith Lectures in 1967. De Reith Lectures zijn de meest prestigieuze radio- en televisieserie van de BBC: de eerste spreker was Bertrand Russell in 1948. In 1967 was de spreker Edmund Leach, hoogleraar antropologie aan de universiteit van Cambridge. Ik had het voorrecht om deze lezingen in 1990 te geven.
Leach noemde zijn lezingen ‘A Runaway World?‘ (Een weggelopen wereld?) en in zijn derde lezing zei hij iets dat mij deed opkijken. “Verre van de basis van de goede samenleving te zijn, is het gezin, met zijn beperkte privacy en schandalige geheimen, de bron van al onze onvrede.” 3 Het was een belangrijk teken dat het gezin op het punt stond te worden onttroond, ten gunste van seksuele bevrijding en zelfexpressie. Zelden is zo’n belangrijk instituut zo grondig en zo lichtzinnig verlaten.
In vele delen van de samenleving verving, in de decennia die volgden, het samenwonen het huwelijk. Minder mensen trouwden, ze trouwden later, en meer mensen scheidden. Op een gegeven moment eindigde 50% van de huwelijken in Amerika en Groot-Brittannië in een scheiding. En 50% van de kinderen werd buiten het huwelijk geboren. Het huidige cijfer voor Groot-Brittannië is 42%.
De gevolgen zijn wijdverspreid en verwoestend. Om een voorbeeld te noemen: het geboortecijfer in Europa ligt tegenwoordig ver onder het vervangingsniveau. Een vruchtbaarheidscijfer van 2,1 (het gemiddelde aantal kinderen per vrouw in de bevolking) is nodig voor een stabiele bevolking. Geen enkel land in Europa heeft dat cijfer. In Spanje, Italië, Portugal en Griekenland is het gedaald tot 1,3. Het algemene gemiddelde is 1,6. Europa handhaaft zijn bevolking alleen door immigratie op een ongekende schaal. Dit is de dood van Europa zoals we het kenden.
Ondertussen woont in de Verenigde Staten een aanzienlijk deel van de bevolking in buurten met weinig intacte gezinnen, kansarme kinderen, beschadigde buurten, slechte scholen, weinig sociale voorzieningen en een wanhopig gebrek aan hoop. Dit is voor delen van Amerika het einde van de Amerikaanse droom. 4
Mensen die de staat, de politiek en de macht zien als bron van het goede, het mooie en het ware – de Hellenistische traditie – beschouwen het gezin en alles wat het impliceert op het gebied van trouw en verantwoordelijkheid vaak als een afleiding. Maar voor mensen die niet alleen het belang van de politiek begrijpen, maar ook de beperkingen en gevaren ervan, vormen de relaties tussen man en vrouw, ouder en kind, grootouder en kleinkinderen, en broers en zussen, de belangrijkste basis voor vrijheid. Dat inzicht loopt als een rode draad door Alexis de Tocqueville’s Democracy in America, samengevat in zijn uitspraak dat “zolang het familiegevoel levend bleef, de tegenstander van onderdrukking nooit alleen was.” 5
James Q. Wilson verwoordde het prachtig:
“We leren omgaan met de mensen van deze wereld omdat we leren omgaan met de leden van ons gezin. Zij die het gezin ontvluchten, ontvluchten de wereld; beroofd van de genegenheid, de begeleiding en de uitdagingen van het gezin, zijn ze niet voorbereid op de beproevingen, oordelen en eisen van de wereld.” 6
Dat is, verrassend genoeg, waar Beresjiet over gaat. Niet over de schepping van de wereld, die slechts één hoofdstuk beslaat, maar over hoe om te gaan met familieconflicten. Zodra Awrahams nakomelingen er in slagen sterke families te vormen, kunnen ze verder van Beresjiet naar Sjemot en naar hun geboorte als natie.
Ik geloof dat het gezin de geboorteplaats van vrijheid is. Door voor elkaar te zorgen, leren we voor het algemeen belang te zorgen.
—~~~—
[1] James Q. Wilson, The Moral Sense, Free Press, 1993, 162.
[2] Rene Girard, Violence and the Sacred, Johns Hopkins University Press, 1977.
[3] Edmund Leach, A Runaway World?, Oxford University Press, 1967.
[4] Dit is de stelling van twee belangrijke boeken: Charles Murray, Coming Apart, Crown Forum, 2012, en Robert Putnam, Our Kids, Simon & Schuster, 2015. Zie ook Yuval Levin, The Fractured Republic, Basic Books, 2016.
[5] Democracy in America, 340.
[6] James Q. Wilson, The Moral Sense, Free Press, 1993, p. 163.
