Sjabbat Wajisjlach

Sjabbat Wajisjlach, 6 december 2025/ 16 kislev 5786

Beresjiet/Genesis: 32: 4 – 33, 33: 1 – 20; Tanach blz. 66 – 69.

Haftara: Owadia 1: 1 – 21; Tanach blz. 1178 – 1179.

Vertaler: Thea Koster

Coördinatie: Harry Polak

Commentaar:Rabbijn Lea Mühlstein, Ark synagoge, Northwood (Londen)   

Oorspronkelijke Engelse tekst

 

Use the link to read the original text in English.  

_________________________________________________

Worstelen om identiteit

“Maar zelf bleef hij achter, helemaal alleen, en er worstelde iemand met hem totdat de dag aanbrak. Toen de ander zag dat hij het niet van hem kon winnen, raakte hij Jaäkovs heup aan, en daardoor raakte Jaäkovs heup tijdens die worsteling ontwricht. Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar Jaäkov zei: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’ De ander vroeg: ‘Hoe luidt je naam?’ ‘Jaäkov,’ antwoordde hij. Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jaäkov zijn maar Jisraëel, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen(Genesis 32: 25–29)

’s Nachts, bij de doorwaadbare plaats van de rivier de Jabbok, worstelt Jaäkov met een naamloze tegenstander tot het ochtendgloren. De tekst maakt nooit duidelijk met wie of wat hij worstelt – God, engel, broer of zijn eigen innerlijke zelf – maar uit deze ontmoeting komt hij gewond en met een andere naam tevoorschijn. Jaäkov wordt Israël, degene die worstelt en volhardt. Op dat moment wordt de Joodse identiteit geboren; niet uit triomf, maar uit strijd.

Israël zijn betekent leven in spanning – tussen verleden en toekomst, tussen ergens bij horen en toch anders zijn, tussen wat anderen van ons eisen en wat ons eigen geweten van ons verlangt. Ons verbond wordt niet gesmeed in rust, maar via worsteling.

Nergens is deze spanning zichtbaarder geweest dan in Polen, waar het Joodse leven lange tijd heeft geworsteld met zichtbaarheid, legitimiteit en overleving. In het begin van de 19e eeuw keek de Joodse elite van Warschau naar Berlijn en Hamburg, geïnspireerd door de Reformbeweging die Joodse religie en Europese moderniteit met elkaar wilde verbinden. Men discussieerde over moderne architectuur, burgerlijke betrokkenheid en het gebruik van de Poolse taal in gebed.

In de jaren 1850 was Marcus Jastrow – later bekend van zijn Talmoedisch woordenboek – in Warschau rabbijn, en hij riep op tot morele en intellectuele vernieuwing binnen het Jodendom. Hij benadrukte dat waarheid sterker moet zijn dan gewoonte, onthulling gaat door via de rede.

Maar de Poolse context was onverzoenlijk. Onder het Russisch keizerlijk bestuur verzetten zowel de autoriteiten als het traditionele rabbinaat zich tegen hervorming. De beginnende hervormers in Polen werden ervan beschuldigd Joodse authenticiteit op te geven voor maatschappelijke acceptatie. Zij worstelden niet alleen met God en de moderniteit, maar ook met hun eigen gemeenschap. De Reformbeweging in Warschau kreeg nooit de kans volledig op te bloeien. Anders dan Jaäkov ontvingen deze vroege Poolse hervormers geen nieuwe naam en geen zegen, ondanks hun zware worsteling.

Na de Sjoa en vier decennia communisme leek het Joodse leven in Polen voorgoed verdwenen. Maar – zoals Jaäkov die uit het stof opstond met een nieuwe naam – begonnen Poolse Joden opnieuw te verschijnen. In de jaren 1990 durfde een kleine groep Joden in Warschau opnieuw te dromen van een jodendom geworteld in gelijkwaardigheid en pluralisme. Zij richtten Beit Warszawa op, de eerste Reform gemeente in postcommunistisch Polen.

Hun strijd is even echt als die van Jaäkov. De Poolse regering erkent alleen de Orthodoxe Unie van Joodse Religieuze Gemeenschappen als de officiële vertegenwoordiging van het Joodse leven, waardoor de Reform- en Progressieve gemeenten worden uitgesloten van publieke financiering en institutionele legitimiteit. Toch hield Beit Warszawa vol. Haar rabbijnen trainden lokale leiders, vertaalden gebedenboeken in het Pools en bouwden een gemeenschap op die bidt, studeert en de feesten viert op haar eigen manier.

In deze context spreken de woorden van Rosa Luxemburg – een Pools-Joodse denker die ook worstelde met identiteit en macht – over generaties heen:
Vrijheid is altijd de vrijheid van degene die anders denkt.”

Haar uitspraak omvat de essentie van de progressief-Joodse strijd in Polen. Een pluriform Jodendom bouwen in een samenleving die slechts één officiële vorm van Joods leven erkent, is juist die vrijheid tot uitdrukking brengen. Luxemburgs visie op vrijheid als het recht om te verschillen weerspiegelt Jaäkovs nachtelijke worsteling. Beiden weigeren hun identiteit af te staan aan degenen die menen anderen te mogen definiëren.

De progressieve Joden in Polen hebben een ruimte teruggewonnen die hen lange tijd ontzegd was en belichamen daarmee wat de tekst van Parasjat Wajisjlach verkondigt: identiteit wordt niet volledig geërfd, maar verworven in de strijd. Elke nieuwe dageraad vraagt moed om het onbekende tegemoet te treden, gewond te raken en toch vooruit te blijven gaan.

Voor progressieve Joden overal ter wereld roept dit Poolse verhaal een vraag op die verder reikt dan Warschau. Worstelen wij in onze eigen gemeenschappen – of dat nu Boedapest, Berlijn, Buenos Aires of Boston is – niet ook voor het recht om het Jodendom naar ons eigen beeld te vormen? Hoe vernieuwen we onze traditie zonder haar diepte te verliezen? Hoe blijven we trouw en toch vrij?

Leven als Reform-Joden betekent leven met de naam Israël: worstelen met God en met elkaar, de overgeleverde teksten bevragen en het verbond levend houden door ruimte te maken voor vrijheid en afwijkende stemmen. Misschien komt onze zegen niet voort uit zekerheid, maar uit de bereidheid om de strijd te continueren.

Israël zijn betekent worstelen met God en de mensheid en standhouden. De Poolse Progressieve Beweging staat in die traditie, door te blijven hameren op waardigheid, pluralisme en vernieuwing. Haar leden dragen Jaäkovs mankheid en zijn zegen: een geloof dat beproefd, getransformeerd en levend is.

In een land waar Joodse moderniteit ooit onmogelijk werd genoemd, verkondigt hun bestaan luid en duidelijk: “Wij hebben gestreden, en wij zijn er nog steeds.”