Waètchanan

Sjabbat Waètchanan, Sjabbat Nachamoe, 25 juli 2026/ 11 Av 5786

Dewariem/Deuteronomium 13: 23 – 4:40 ; Tanach blz. 355.

Haftara: Jesjajahoe 40:1 – 26;  Tanach blz. 865.

Vertaler: Benjamin Cohen

Coördinatie: Channa Kistemaker

Commentaar:Rabbijn Sari Laufer, Chief Engagement Officer bij de Stephen Wise Temple and Schools in Los Angeles.

Oorspronkelijke Engelse tekst

Use the link to read the original text in English.  

_________________________________________________

Het aangezicht van God zien

Ik ben een super-fan, of ‘stan’ zoals de kids zeggen, van “Les Misérables“. Vanaf de eerste keer dat ik de show in de jaren 80 op Broadway zag, werd ik verliefd op de muziek, het verhaal en de personages (behalve Cosette – zij irriteert me nog steeds). Ik heb talloze voorstellingen gezien en mijn familie menigmaal “getrakteerd” op meezing sessies in de auto. En ondanks het feit dat ik weinig tot geen theatraal of muzikaal talent heb, droom ik er nog steeds stiekem van ooit Eponine te spelen.

Hoewel er niet veel voor nodig is om me met “Les Misérables” bezig te houden, is het feit dat het Tora gedeelte van deze week ons gebiedt “Heb de Eeuwige, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht” (Devariem 6:5) een natuurlijke aanleiding om te gaan zingen. Deze opdracht, zo gefocust op liefde, sluit perfect aan bij de centrale spanning van “Les Misérables” – en is een centraal gebod in het Joodse leven.  Zoals veel religiewetenschappers hebben opgemerkt, is “Les Misérables” een verhaal dat draait om de spanning tussen rechtvaardigheid en barmhartigheid, tussen straf en liefde. In de kern een christelijk verhaal geschreven door een katholiek, herinnert “Les Misérables” ons eraan dat “een ander liefhebben betekent het gezicht van God zien”. In Hugo’s religieuze opvatting wint de liefde – altijd. Het gelukkige einde is voor Valjean, die barmhartigheid ontvangt en geeft. Ondertussen pleegt Javert, de belichaming van streng recht, zelfmoord (spoiler alert).

Terug naar de Tora. Rabbijn Shai Held, auteur van het prachtige boek “Judaism Is About Love”, deelt de volgende anekdote:

Meer dan twintig jaar geleden gaf rabbijn Shai Held college aan een groep vijfdejaars rabbinale studenten toen hij terloops opmerkte: ‘Het jodendom draait om de bewering dat God ons liefheeft en ons uitnodigt zijn liefde te beantwoorden.’

Held herinnert zich dat hij dacht: ‘Ik citeerde net de ochtendliturgie: bechol levavacha – ‘U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart’, zoals het staat in het Veahavata-gedeelte van de Sjema.”

Ik ben altijd gefascineerd door het feit dat de Tora liefde gebiedt jegens drie verschillende figuren. We worden geboden God lief te hebben, zoals vermeld in het gedeelte van deze week. We worden geboden de vreemdeling lief te hebben; dit gebod wordt vaker herhaald dan enig ander in de Tora. Ten slotte wordt in Wajiikra geboden je naaste lief te hebben als jezelf (sommigen, met name moderne geleerden en psychotherapeuten, suggereren dat er in dit vers een vierde gebod verborgen ligt: jezelf liefhebben). Ik heb vaak geleerd dat we niet geboden worden onze ouders lief te hebben. Evenmin worden we geboden onze kinderen lief te hebben. Maar wel worden we geboden God lief te hebben, zoals rabbijn Held zegt: God nodigt ons uit zijn liefde te beantwoorden.

Rabbijn Lisa Schlaff merkt op hoe verrassend dit gebod is, vooral omdat het voor het eerst voorkomt in het boek Dewariem. Ze schrijft:

Voor de Jood in de woestijn, die God leerde kennen door de splitsing van de zee, de donder en bliksem van de Matan Tora [de openbaring van de Tora], de massale pest en het brood dat uit de hemel viel, was dit een schokkende uitspraak. ‘Je moet God vrezen’ – ja. ‘Je moet ontzag voor God hebben’ – zeker. ‘Je moet God liefhebben’ zou een onbegrijpelijk gebod zijn geweest.

Liefde is geen woestijn prioriteit; het is niet de focus van een overlevingsmentaliteit. Het feit dat de Tora juist op dit moment liefde gebiedt, leert ons dat liefde elementair en fundamenteel is en ons van overleven naar veiligheid zal brengen, van kwetsbaarheid naar bloei.

Of het nu in de woestijn is, het Beloofde Land, of Nederland in 2026, onze traditie is duidelijk: liefde is een werkwoord; het is niet zomaar een emotie of een gevoel.  Volgens de Tora en latere bronnen is liefde wat we doen – niet hoe we ons voelen. Terwijl Dewariem ons de weg wijst naar wat we moeten doen: leren en spreken over liefde, groeit onze traditie van daaruit. Rabbi Held schrijft dat dit betekent: “Een jodendom dat zijn doel vervult, is een jodendom waarin we allen worden aangezet tot grotere daden van liefde en vriendelijkheid dan we anders wellicht zouden doen. Dat is het project.”

In “Les Misérables” zegt Victor Hugo dat het liefhebben van een ander gelijk is aan het aangezicht van God zien. Onze traditie zou kunnen verbeelden dat het zorgen voor anderen in kwetsbare momenten, hen met waardigheid behandelen, en het verrichten van daden van vriendelijkheid het aangezicht van God weerspiegelt. Dat is wat het betekent om God lief te hebben met heel ons hart, met heel onze ziel en met heel onze kracht.